HIstorie Gereformeerde kerk te Nieuwveen

 

In de jaren 80 van de 19’ eeuw woedde er binnen de Nederlandse Hervormde Kerk in Nederland een felle strijd tussen verschillende richtingen, die varieerden van orthodox-gereformeerd tot uiterst vrijzinnig. Deze gespannen situatie leidde ertoe dat ca. 200.000 leden een eigen kerk vormden. Dit werd de Doleantie genoemd. Zij maakten bezwaren (= doleren) tegen het feit dat de belijdenisgeschriften hun gezaghebbende positie hadden verloren en beklaagden zich erover dat de oude gereformeerde traditie teloor was gegaan.

Ook in Nieuwveen heeft dit er toe geleid dat op 16 september 1887 zestien mannen in voorlopige vergadering bijeenkwamen om te praten over wat men noemde “de Reformatie”. Eerder hadden zich al geestverwanten in de omliggende dorpen losgemaakt van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Op 28 september 1887 kwam men opnieuw bij elkaar en werd een verklaring ondertekend waarin stond dat zij “het voor plichtmatig en door God gewild te beschouwen, te breken met het tegenwoordige Synodaal-hiërarchische kerkverband.”

Tijdens de eerste officiële kerkenraadsvergadering van de toen nog genoemde Nederduitsche Gereformeerde Kerk besloot men een bericht te zenden “ van de begonne Reformatie te Nieuwveen aan Z.M. den Koning, aan den EdelAchtbaren Heer Burgemeester, aan de Kerkvoogden der Herv. Gemeente en circulaires te zenden aan de Kerkenraden in Nederland die reeds het Synodale juk hadden afgeworpen”.

Waarschijnlijk is de gemeente in die tijd niet veel groter geweest dan 20 “mansleden”.

In 1892 verenigde de Nederduitsche Gereformeerde Kerken in Nederland zich met de Christelijk Gereformeerde Kerken (ontstaan uit een eerdere afscheiding in 1834) en de naam Gereformeerde Kerken in Nederland was een feit.

 

In eerste instantie werden de samenkomsten in de Christelijke school gehouden. Deze school stond op de hoek van de Kerkstraat en de huidige A.H. Kooistrastraat. Ds. H.J. Reuijl uit Zevenhoven ging regelmatig voor. Als men geen andere predikant kon vinden, hield men “leeskerk”; er werden dan door leken “leerredenen uitgesproken”, zoals men dat noemde.

In januari 1888 vond de kerkenraad dat ook Nieuwveen toe was aan een eigen predikant. Na lang wikken en wegen over de financiële haalbaarheid werd besloten een geschikte kandidaat te zoeken. Op 31 maart 1889 werd ds. R. Heidema uit Stedum (Gr.) tot predikant benoemd. Hij was een actieve, nauwgezette en strenge voorganger. Hij zag bijvoorbeeld kans in 14 dagen 23 buitenkerkelijken te bezoeken, w.o. de burgemeester, “doch allen toonden zich afkerig van de gehoorzaamheid aan het Woord van God”, volgens de notulen van de kerkenraadsvergadering.

In 1892 werden de grenzen van de kerk uitgebreid met het buurtschap Pulmot met de Geerdijk tot aan de Kattenbrug. Blokland bleef, tot groot ongenoegen van enkele leden die daar woonden, tot Zevenhoven behoren. De kerkenraad moest hen met tegenzin vermanen de kerkdiensten in Zevenhoven te bezoeken.

Het vinden van geschikte ambtdragers was een groot probleem. Heel vaak kwam het voor dat men noodgedwongen overging tot herbenoeming. Vooral br. A. Hoogendoorn (totaal 34 jaar ambtsdrager) en dr. J. Sasse zijn van grote betekenis geweest voor de jonge gemeente. Laatstgenoemde was daarnaast ook bestuurslid van de Johannes Stichting en voorzitter van de Christelijke Schoolvereniging.

In de zomer van 1895 begon men een actie voor giften en met de uitgiften van renteloze aandelen om de bouw van een eigen kerkgebouw te kunnen bekostigen. Al vrij snel was men er van overtuigd dat de bouw van een kerkgebouw haalbaar was. Er werd voor f 500,00 grond aangekocht achter de Christelijke school. Er werden bestekken en tekening gemaakt en men begon aan met bouw. Er werd zeer voortvarend gewerkt. Om de kosten te drukken haalde men tweedehands materiaal bij een sloper in Amsterdam. Uiteindelijk bedroegen de totale kosten van de bouw f 5.361,41. Omdat de financiën toch niet toereikend bleken te zijn, moesten enkele gemeenteleden bijspringen met een lening van totaal f 3.100,00. De kerk werd op 22 december 1895 in gebruik genomen. Het orgel werd pas een half jaar later geplaatst. Bij orgelbouwer J. Proper uit Kampen werd een tweedehands orgel voor f. 300,00 gekocht.

De niet bebouwde grond naast de kerk werd als groentetuin verhuurd.

Een zogenoemde kruisbloem sierde het bovenste puntje van de voorgevel. Dit gotische ornament vond men maar lelijk en daarom schonk dhr. Von Briel Sasse in 1915 een kleine torenspits die afkomstig was van huize Sassenoord.

Het bleek steeds moeilijker predikanten voor een langere periode aan de gereformeerde kerk van Nieuwveen te binden. Men schreef dit toe aan het ontbreken van fatsoenlijke huisvesting voor de predikant. Daarom besloot men dat er een nieuwe pastorie moest komen. Na lang sparen en extra giften uit de classis kon uiteindelijk in 1906 de pastorie naast de kerk in gebruik genomen worden.

De gemeente groeide behoorlijk. In oktober 1912 telde de kerk 106 belijdende en 93 doopleden. Het verwachte effect van een eigen pastorie om predikanten langer in Nieuwveen te houden bleef uit. Meestal bleven de predikanten niet langer dan 3 a 4 jaar in Nieuwveen. Na het vertrek van ds. Zeilstra in mei 1923 bleef de gemeente zelfs ruim 2 ½ jaar vacant.

Tijdens deze periode probeerde de classis een samenwerkingsverband met Geref. Kerk in Nieuwkoop op te leggen. Deze gemeente was veel kleiner dan die in Nieuwveen; 30 gezinnen met 39 belijdende leden. Een dergelijk samenwerkingsverband was er al een keer eerder geweest, tijdens de ambtsperiode van ds. K. van Diemen. Omdat de kerk er financieel niet zo best voor stond, besloot men na lang wikken en wegen toch met Nieuwkoop te gaan samenwerken en een beroep uit te brengen op ds. Speelman. Op 14 december 1925 deed hij zijn intrede.

De gemeente bleef maar groeien en het kerkgebouw werd te klein. Er werden plannen gesmeed om de kerk uit te breiden. Aan de achterkant moest het gebouw met ca. 8 meter worden verlengd. Ook moest er een voorziening getroffen worden voor een toilet en een soort garderobe. Een onverwachte financiële meevaller bracht alles in een stroomversnelling. Uit een nalatenschap werd een bedrag van f 4.086,00 verkregen, ongeveer de helft van de geraamde bouwkosten. Op 1 september 1926 begon men met de werkzaamheden met de bedoeling het “klusje” binnen 3 maanden voltooid te hebben. Overigens werd deze termijn ruim overschreden.

Naast collecten en andere vrijwillige bijdragen betaalden de kerkgangers plaatsengeld. Voor het bijwonen van de diensten moest men dus betalen. Dit heeft tot januari 1940 geduurd. Men ging over tot het instellen van betaling van een bijdrage gebaseerd op het inkomen. Ds. Speelman vroeg bij de inspecteur van de belastingdienst de inkomens van de gemeenteleden op en die werden hem verstrekt.

Het gezin Speelman heeft in de bezettingstijd veel moeten doorstaan. De dominee en zijn vrouw zijn verschillende keren gevangen genomen. De bezetter wilde zodoende de verblijfsplaats van hun zoon Wim, die een actief verzetsstrijder was, achterhalen. Tijdelijk hebben zij in Noordwijk gewoond om aan de aandacht van de bezetters te ontkomen. Helaas is Wim Speelman in januari 1945 door de bezetter gefusilleerd.

Inmiddels was de pastorie aan een noodzakelijke opknapbeurt toe. Hoewel de kerk ook hier en daar wel wat onderhoud vergde, werd dit op de lange baan geschoven; de nieuwe predikant moest eerst goed gehuisvest kunnen worden. Toen ds. Snel in januari 1950 zijn intrede deed, was de pastorie volledig opgeknapt. Een elektrische windmolen voor het orgel in kerk zat er voorlopig niet in; men bleef met mankracht “het orgel pompen”.

Het kerkgebouw werd pas in het voorjaar van 1963 grondig aangepakt. Gedurende de werkzaamheden werd er kerk gehouden in het therapiegebouw van Johannes Stichting.

Nieuwkoop was in de jaren 60 zowel kerkelijk als burgerlijk een sterk groeiende gemeente. Na het emeritaat van ds. Snel werd duidelijk dat er op een aantal punten weinig overeenstemming meer was om opnieuw gezamenlijk een predikant te benoemen. Omdat de gemeente in Zevenhoven ook vacant was, lag het voor de hand om met deze gemeente gesprekken te starten om te komen tot het benoemen van een gezamenlijke predikant. Dit resulteerde in de benoeming van ds. Meinders in september 1962 die in Zevenhoven ging wonen. De pastorie in Nieuwveen raakte in verval. Het gemeentebestuur van Nieuwveen had wel interesse en wilde op deze plek een postagentschap bouwen. De pastorie werd verkocht en in 1967 door de gemeente afgebroken. Sindsdien doet deze plek dienst als parkeerplaats.

Begin jaren 70 werd het steeds duidelijker dat het financieel niet meer haalbaar was een eigen (gezamenlijke) predikant te beroepen. Voor het pastorale werk, catechetisch onderwijs en het jeugdwerk werden nog studerende kandidaten aangetrokken.

In die periode ontstonden er ook weer contacten met de plaatselijke Hervormde Kerk. Zo werden er met de feestdagen gezamenlijke diensten gehouden en werd het werk van de jeugdclubs samengevoegd. Ook werden er met een bepaalde regelmaat gezamenlijke kerkenraadsvergadering gehouden.

Eind 1982 kreeg het kerkgebouw nogmaals een facelift. Een aantal gemeenteleden ging hard aan de slag. Het interieur werd gemoderniseerd en alles werd met lichte kleuren in de verf gezet.

In de periode van 1987 tot 2010 zijn er nog een aantal parttime predikanten of pastoraal werkers aan de gemeente verbonden geweest.

Geheel in overeenstemming met het landelijke beeld, nam ook in Nieuwveen het aantal gemeenteleden gestaag af. De in de jaren 60 ontstane beweging “Samen op weg” kreeg landelijk steeds meer voet aan de grond: de Gereformeerde -, Hervormde – en Evangelisch-Lutherse Kerken vonden dat een scheiding van deze kerken niet langer wenselijk was. Eind 2003 werd besloten tot een definitief samengaan van deze kerken in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).
Dit proces van samengaan heeft zich ook in Nieuwveen, hoewel wat later, voltrokken. Zowel de Hervormde als de Gereformeerde Kerk behoorde al tot de landelijke PKN. Na een lange tijd van voorbereiding, vele gezamenlijke kerkenraadsvergaderingen, verschillende ledenvergaderingen, e.a. werd de plaatselijke fusie van beide kerken bekrachtigd opzondag 6 februari 2011.
Omdat besloten was de kerkdiensten in de Hervormde kerk te gaan houden, werden op6 september 2009 na speciale kerkdienst de deuren van de Gereformeerde Kerk van Nieuwveen gesloten. Het gebouw werd verkocht en is op 7 oktober 2011 eigendom geworden van dhr. Feteridge uit Diemen.

Geraadpleegde bronnen:
“De Gereformeerde Kerk van Nieuwveen”: feiten en gebeurtenissen uit de jaren 1887 – 1987, verzameld door dhr. J.G. Bout,
“Iedereen op hare/zijn wijs”: over religie en hulpverlening,afstudeerscriptie door Joke Driesse.