Geschiedenis kerk

 

De Ontmoetingskerk in Nieuwveen.

 

Eerste bewoners
De eerste bewoners vestigden zich omstreeks de elfde eeuw in de omgeving van Nieuwveen. Zij begonnen met het ontwateren en het in cultuur brengen van de veengrond. Zo werd deze grond langzaam geschikt voor landbouw en veeteelt. In de middeleeuwen was men in het algemeen katholiek. Wanneer het eerste godshuis in Nieuwveen is gevestigd valt niet meer precies te achterhalen. Zeker is dat het eerste bedehuis er al in 1331 stond. Dit blijkt uit een acte van 21 juli van dat jaar, waarbij graaf Willem III “op Sinte Marie Magdalena-avond int jaar 1331” toestond “die leenacker legghende bi der kerc lane(de huidige Kerkstraat) te Nuwenvene” te verkopen. Ook is er nog een akte van graaf Willem van 13 oktober 1357 waarin hij te kennen geeft dat hij geen bezwaar heeft tegen de verwisseling van Willen van Schade, priester te Nieuwveen, met ene Servaas, priester te Bunschoten. Dit eerste kerkje was vermoedelijk net als veel huizen in die tijd uit hout opgetrokken en bedekt met een rieten dak.

De Sint Anna Kerk
De eerder genoemde kerk of kapel was gewijd aan de Heilige Anna. Zowel de bewoners van Nieuwveen als die uit het naburige en inmiddels verdwenen dorp Schoot gebruikten dit gebouw. Vermoedelijk was in de middeleeuwen het dorp Schoot groter en welvarender dan Nieuwveen. Boven de ingang van de kerk werd een steen aangebracht met daarop het jaartal 1349. Volgens overleveringen werd de bouw van deze kerk spoedig weer stopgezet omdat in die tijd ook aan de grote Domkerk in Utrecht werd gewerkt. De werklieden konden vermoedelijk meer verdienen bij de bisschop in Utrecht dan met de bouw van de toren van de Sint Annakerk. Pas na tien jaar werd de bouw van de toren hervat . De Sint Annakerk moet op dezelfde plaats hebben gestaan als de huidige Ontmoetingskerk. Vermoedelijk had men geen vaste geestelijke in Nieuwveen maar werden de diensten geleid door rondtrekkende priesters. Uit oude geschriften weten we dat Nieuwveen in 1514 wel een vaste pastoor had, dit was Hendrik Dirkzoon, zeventig jaar oud, die onder armoedige omstandigheden moet hebben geleefd.

De Sint Nicolaaskerk
De Sint Annakerk werd in 1559 afgebroken en op dezelfde plaats bouwden de katholieken van Nieuwveen een nieuwe kerk. Vermoedelijk had Nieuwveen haar buurdorp Schoot toen in welvaart voorbijgestreefd. Men verlangde in ieder geval een nieuwe kerkpatroon. Dit verzoek werd ingewilligd en Sint Nicolaas, vanouds patroon van de varenden, van de scheepvaart werd de nieuwe patroonheilige. Waarschijnlijk werd deze keuze ingegeven door het feit dat de landbouw en veeteelt niet meer het belangrijkste middel van bestaan waren. Dit was nu het turfsteken geworden. Hierbij was het vervoer op schepen van de turf naar de grote steden zeer belangrijk en de keuze voor Sint Nicolaas als kerkpatroon zou wel eens ingegeven kunnen zijn door het feit dat veel Nieuwveners de kost verdienden als turfschipper.
Ook in deze kerk werd een steen met het bouw jaar 1559 ingemetseld. Deze steen is bewaard gebleven en bevindt zich nu in het portaal van de huidige Rooms Katholieke kerk in Nieuwveen.
De Sint Nicolaaskerk moet een mooi gebouw geweest zijn. De kerk bezat een fraaie hoge achtkantige toren met een lage spits. De kerk zelf had het uiterlijk van een kruiskerk.

De Hervorming
Lang hebben de katholieken niet van dit gebouw kunnen genieten. De tweede helft van de zestiende eeuw stond in het teken van de reformatie. Luther had zijn stellingen tegen de Rooms-Katholieke kerk kenbaar gemaakt en steeds meer inwoners van onze streek voelden voor de nieuwe leer. Ook veel inwoners van Nieuwveen besloten mee te gaan met de Hervorming. De eerste predikant in de dorpskerk van Nieuwveen werd op 1 november 1578 Lucas Hespe. De pastoor, Jacobus Uytterwaale zag zich genoodzaakt zich buiten Nieuwveen te vestigen. Hij verhuisde naar het Noordeinde onder Zevenhoven. Van hieruit bleef hij zijn parochianen in Nieuwveen bedienen vanuit een schuilkerkje. Tijdens het bewind van koning Lodewijk Napoleon over de Nederlanden van 1806 tot 1810 hebben de katholieken de kans gekregen de kerk voor 1700 gulden terug te kopen, maar dit bedrag was niet door hen op te brengen. Pas in 1865 zouden de katholieken weer een eigen kerkgebouw kunnen betrekken in Nieuwveen.
Predikant Lukas Hespe werd al op 1 april 1579 opgevolgd door Allardus Knenck, hij bleef tot 1583. Hierna wordt als predikant genoemd Jan Fransznv die hier predikant was tussen 1583 en 1588. Hierna werd als predikant benoemd Robertus Wouterzoon de Ridder, de vroegere pastoor van de Sint Eloyskerk te Oostburg die tot de nieuwe leer was overgegaan. Twee eeuwen gingen vervolgens voorbij waarin de bevolking door de ontvening gestaag in aantal afnam en langzaam tot armoede verviel. Door de ontvening waren er grote waterplassen ontstaan die de dorpen in onze omgeving begonnen te bedreigen. Omstreeks 1750 werd het dorp Schoot om deze reden verlaten en kort daarna overspoeld door het water. In 1796 besloot het Departementale Bestuur tot drooglegging van de Nieuwkoopschen en Zevenhovensche poel. Deze drooglegging werd uiteindelijk in 1812 geheel voltooid. Nieuwveen kreeg nieuwe inwoners en er ontstond nieuwe welvaart. De drooglegging van de polders betekende wel het einde van de voormalige Sint Nicolaaskerk. De fundamenten van de nu hooggelegen kerk kwamen boven de waterspiegel te liggen wat rotting tot gevolg had. Hierdoor begonnen de muren te zakken en te scheuren. In 1827 werd er door het kerkbestuur nog een plan gemaakt om de kerk te herstellen, maar men durfde het eigenlijk niet meer aan. In 1830 werd J.H. Elsmeyer uit Nieuwkoop om advies gevraagd. Hij concludeerde dat de kosten voor herstel en verder onderhoud van de kerk uit 1559 zeer duur was en dat het goedkoper zou zijn om een nieuwe kerk tegen de oude toren te bouwen. Deze toren was sinds de Franse tijd eigendom geworden van de burgerlijke gemeente Nieuwveen, maar ook de toren verkeerde in een slechte staat zoals valt op te maken uit de notulen van de raadsvergadering op 6 januari 1831: ‘dat de oude toren zeer sterk naar het oosten overhelt, waarschijnlijk door een gebrek aan de fondamenten en dat de herstelkosten circa 1000 gulden zouden bedragen’. Om deze reden zag ook de gemeente van Nieuwveen af van herstel van de toren en besloot men als volgt: ‘dat door de oude toren te vervangen door een nieuwe, de onderhoudskosten lager zouden zijn en bovendien een fraaier geheel zou worden verkregen’ Aldus werd besloten tot de bouw van een geheel nieuwe kerk inclusief toren. De nieuwe kerk werd gebouwd voor een bedrag van 8060 gulden door de eerder genoemde J.H. Elsmeyer. De nieuwe toren werd voorzien van een open klokkenstoel en was ontworpen door Theodorus Molkenboer uit Leiden. De kosten bedroegen 2100 gulden. De laatste dienst in de oude kerk vond plaats op 30 januari 1831 onder leiding van de toenmalige predikant Pieter Schoenmakers. Tijdens de sloop en nieuwbouw van de kerk gingen de Nieuwveense Hervormden tijdelijk ter kerke in Zevenhoven. De erediensten aldaar werden verdeeld tussen Pieter Schoenmakers en de Zevenhovense predikant Johannes van Ochten. De eerste gezamenlijke bijeenkomst vond plaats op 6 februari 1831 en de laatste op 15 april 1832.

De nieuwe kerk
De eerste steen van het nieuwe gebouw werd op 14 juli 1831 gelegd door de zesjarige zoon van dominee Schoenmakers. Op 22 april 1832 kon de nieuwe kerk in gebruik worden genomen. Het interieur van het gebouw was echter pas op 5 augustus van dat jaar klaar.
In 1857 sloten de kerkvoogden J.M. Koekelis en W.A.G. Kapteyn (de toenmalige dorpsdokter) van de Hervormde kerk een overeenkomst met de orgelbouwer Hermanus Knipscheer gevestigd aan de Warmoesstraat bij de Brugsteeg te Amsterdam voor de bouw van een orgel voor het bedrag van 2100 gulden. Hermanus Knipscheer behoorde tot een geslacht van orgelbouwers. Ook zijn vader en een aantal van zijn zonen waren orgelbouwers. Hermanus Knipscheer bouwde tussen 1830 en 1875 in totaal 32 kerkorgels. Hij speelde handig in op de grote behoefte die in de eerste helft van de negentiende eeuw ontstond aan orgels voor de begeleiding van de gemeentezang. De psalmen werden tot dan toe in de dorpskerken zonder begeleiding gezongen van een orgel gezongen, er werd wel gebruik gemaakt van een voorzanger. De functie van voorzanger werd in die dagen in onze streken veelal gecombineerd met die van koster en schoolmeester. Zo ook in Nieuwveen waar in de negentiende eeuw tot 1855 Hendrik Kok de drie functies met elkaar combineerde. Vanaf 31 mei 1855 volgde Christiaan Jennée hem in al deze functies op. Deze onderwijzer was ook het orgelspel machtig, dit kwam goed uit want toen in 1858 het orgel gereed kwam, kon hij de gemeentezang voortaan op het orgel begeleiden. Christaan Jennée bleef tot aan zijn dood op 10 februari 1879 organist in de kerk. Zijn opvolger als organist was J.J. Jonker die echter geen onderwijzer was. Het kerkorgel heeft twee klavieren en tien registers. In 1965 is het orgel hersteld, gewijzigd en vergroot door Jac. van der Linden uit Leiderdorp. Het is toen uitgebreid met een zelfstandig pedaalwerk met drie registers die vrij van het orgel zijn geplaatst. Het orgel (exclusief het zelfstandig pedaalwerk uit 1965) is in 2004 aangewezen als rijksmonument en is hiermee het enige rijksmonument in Nieuwveen.

Restauratie van kerk en toren.
De eerste restauratie van het kerkgebouw uit 1831 vond plaats in 1887. Op 19 februari 1888 kon de kerk opnieuw in gebruik worden genomen. In 1930 moest de toren worden gerestaureerd. Architect Kloot Meijburg uit Voorburg leidde deze restauratie, waarbij de open klokkenstoel verdween. Na deze restauratie is het uiterlijk van de toren tot op de huidige dag hetzelfde gebleven. De kosten van deze restauratie bedroegen 6500 gulden. Ook de kerk zelf was dringend aan restauratie toe. De vloer was verzakt, de banken en de luifels hingen scheef en de preekstoel helde meer dan anderhalve decimeter voorover. Ook het plafond brokkelde af en door de kale plekken en de scheuren was verpulverd riet zichtbaar. Geld voor een restauratie was er niet. De hervormde gemeente bestond uit slechts 65 gezinnen. Daarom deed ds. Van Wijhe aan alle ‘vrijzinnigen’ in Nederland een dringende oproep om een financiële bijdrage. Deze had blijkbaar succes, want nog tijdens zijn ambtsperiode, Van Wijhe vertrok in 1931 naar Purmerend, werden plannen gemaakt voor de verbouwing van het kerkgebouw. Zijn opvolger, ds. Brink kon op 10 september 1932 de vernieuwde kerk plechtig in gebruik nemen.

De Luidklok.
Op 8 oktober 1943 werd op last van de Duitse bezetter de aanwezige luidklok verwijderd, het brons zou worden gebruikt in de oorlogsindustrie. De luidklok dateerde uit 1604 wat bleek uit het randschrift op de klok: ‘Salvator hiet ick. Cornelius Ammeroy me fecit 1604’. Dit betekent: Verlosser heet ik. Cornelius Ammeroy heeft mij in 1604 gemaakt. In oktober 1949 bracht de gemeente onder grote belangstelling een nieuwe luidklok aan, waarop als randschrift stond ‘Salvator hiet ick”. Als herinnering aan de door de Duitsers geroofde klok. Deze nieuwe klok, geleverd door de firma Petit en Fritsen te Aarle Rixtel in Noord Brabant, kostte 3305 gulden waarvan het Rijk een bedrag van 1248 gulden voor zijn rekening nam in het kader van de wederopbouw na de oorlog.

Afscheidingen en fusies.
Al tijdens de ambtstermijn van ds. Schoenmakers (1824-1858) waren er leden van de Hervormde gemeente die zich niet konden vinden in de vrijzinnige prediking van ds. Schoenmakers. Toen hij in 1858 werd opgevolgd door opnieuw een vrijzinnig predikant, besloten de Orthodoxen tot de oprichting van een ‘Vereniging tot Evangelisatie’. Voor de samenkomst van de Vereniging werd in 1870, in de tegenwoordige A.H. Kooistrastraat een lokaaltje gebouwd. De eerste steen hiervoor werd gelegd op 4 mei 1870, door Willem Voorthuizen, landbouwer op de boerderij ‘De Verwondering’. In 1913 besloot de Vereniging een eigen predikant aan te stellen, de heer G. Hooijer. Tijdens de ambtstermijn van ds. Van den Hoek (1947-1960) kwam er verandering in de verhouding tussen de orthodoxen en de vrijzinnigen. Van den Hoek zocht meteen contact met de vrijzinnige predikant van de hervormden, ds. Kater. Na langdurige besprekingen konden de tegenstellingen uit de weg worden geruimd. Vanaf dat moment maakten de vrijzinnigen en de orthodoxen voor hun eredienst gebruik van het kerkgebouw in de Kerkstraat. Het gebouw van de ’Vereniging tot Evangelisatie’ ging dienstdoen als verenigingsgebouw voor de hervormden. Met name voor de jeugd. Het gebouw werd in 1970 gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Het nieuwe gebouw kreeg de naam ’t Anker’ en werd op 9 juni 1971 in gebruik genomen.
Er was in 1886 nog een groep die zich niet kon verenigen met de prediking van het Evangelie in vrijzinnige geest zoals die toentertijd plaatsvond in de Hervormde kerk. Zij voelden zich evenmin aangetrokken tot de ‘Vereniging tot Evangelisatie’. Zij konden zich wel vinden in het streven van Dr. Abraham Kuiper en besloten op 28 oktober 1887 tot oprichting van de Gereformeerde Kerk van Nieuwveen. Op 22 december 1895 volgde de ingebruikname van de aan het begin van de Kerkstraat gebouwde Gereformeerde Kerk met pastorie. Eerste voorganger was ds. Heidema.
Jaren van praten op landelijk niveau tussen de protestantse kerken in Nederland, de eerste gesprekken vonden al in 1961 plaats, leidden tot een verregaande samenwerking tussen onder meer Hervormde en Gereformeerde gemeenten. Het samen op weg-proces leidde uiteindelijk landelijk tot een fusie op 1 mei 2004 onder de naam Protestantse Kerken in Nederland. Ook in Nieuwveen zochten Gereformeerden en Hervormden jarenlang toenadering tot elkaar en uiteindelijk leidde dit op 6 februari 2011 tot een fusie van de Hervormde gemeente en de Gereformeerde kerk van Nieuwveen. Men besloot gezamenlijk te gaan kerken in het voormalige Hervormde kerkgebouw. Dit kerkgebouw heet sinds die datum de Ontmoetingskerk.

 

Gert Rijlaarsdam.

Een stukje uit de oude website 

Op de historische plaats waar de kerk nu staat, zou er reeds in 1306 en houten kerkje met rieten dak geweest zijn.In 1349 zou er een nieuw kerkje zijn gereedgekomen, de Sint Anna kerk. De toren daarvan kwam pas 10 jaar later gereed.In 1559 moest de Sint Anna kerk plaatsmaken voor een nieuwe kerk, die gewijd was aan de heilige Nicolaas, derhalve de Sint Nicolaaskerk.Dit moet een mooie kerk geweest zijn, met een achtkantige toren, een uurwerk en twee luidklokken.In 1578 is de hiervoor genoemde kerk door de Reformatie overgegaan in Hervormde handen.In 1831 werd de kerk verbouwd (in feite afgebroken) en werd de huidige kerk gebouwd, sterk afwijkend van de vorige.Deze kerk werd op 22 april 1832 in gebruik genomen en is derhalve nu 170 jaar oud.De toren werd in 1929 ingrijpend verbouwd tot de huidige. De vorige toren was slanker en had een open klokkenstoel.De toren is eigendom van de burgelijke gemeente Liemeer. Dit is nog een gevolg van een regeling uit de tijd van de Franse overheersing van ons land.Aan de kerk zijn in 1887 grote herstellingen nodig geweest. Dit werk heeft bijna een jaar geduurd.De luidklok is van 1949 nadat de Duitsers zich in de oorlog over de andere kick hodden ontfermd.Met nieuwe, elektrische, uurwerk stamt uit 1954.In 1954/55 werden in de kerk de gebrandschilderde glas-in-lood ramen aangebracht.De koperen kronen zijn, na een zeer geslaagde inzameling actie, in 1973 aangebracht.Het orgel is een vrij zeldzaam, zogenaamd Knipscheer orgel en stamt uit 1858.In 1979 is het grondig gerestaureerd en tegelijkertijd uitgebreid.Het front werd opnieuw geschilderd.Een nieuwe restauratie is zeer noodzakelijk en is in voorbereiding.Subsidies van de burgelijke gemeente en/of Rijk is hierbij onontbeerlijk.